Nog een voorbeeld. De vergaderruimte die gereserveerd is voor het overleg heet ‘Paris’. Maar is die nou op de tweede of derde verdieping? Soms staat het op een bordje in de lift en geeft dat uitkomst. Eenmaal op de verdieping aangekomen begint de zoektocht pas echt: in welke hoek moet je zijn? Dan maar rondlopen en bordjes lezen tot het raak is.
Vooruit, een laatste voorbeeld. De bezetting fluctueert door de week heen, met dinsdag en donderdag als duidelijke piekdagen. Omdat ‘iedereen’ er is, wordt er veel overlegd. Een volledige werkplek tussendoor is dan niet nodig, dus worden aanlandplekken toegevoegd aan de ruimtebehoefte. Alleen staan die vaak naast de koffiehoek, terwijl je op zo’n moment juist bij je team wilt aansluiten. Dan maar een stoel erbij en samen knus aan een bureau zitten.
We redden ons wel, we komen er wel uit, maar maakt dat het kantoor geliefd? Dat is de vraag. Bovenstaande zijn voorbeelden van kantoren die niet dagelijks bezocht worden en waar mooie visies en werkplekconcepten voor zijn bedacht. Werkplekken en ruimtes worden gedeeld voor optimale benutting, is het idee. Maar als in de kleinste details in het ontwerp diezelfde logica ontbreekt, strandt zo’n mooi concept alsnog in de praktijk.
Een goed ontwerp ondersteunt het werkplekconcept. Geef de jas een zichtbare plek dichtbij de werkplek. Zorg dat aanlandplekken kunnen aansluiten bij het team. Kies logische namen voor vergaderruimtes, bijvoorbeeld met een verdieping in de naam, of gewoon een nummer. Nog beter: plaats naambordjes haaks op de muur, zodat ze van afstand leesbaar zijn.

Kleine details maken het verschil. Zo kruipt zowel de workplace consultant als ontwerper in de huid van de medewerker die minder vaak naar kantoor toe komt. Ze maken van een kantoor een gastvrije plek. Geen bron van irritatie, maar een plek waar je misschien juist vaker wilt zijn.
En die foto? De mensen waren niet opgelost. Er was geen brandalarm afgegaan. De collega’s stonden samen oplossingen te bedenken. Want mensen zijn er nog steeds, en bemensen nog altijd de werkvloer. Die moeten we bij alles in het achterhoofd houden.
